De wooncrisis wordt politiek
Waarom bouwt een land met woningnood niet gewoon meer huizen?
Eerste effectmeting Wet betaalbare huur: beleggers verkopen massaal, aanbod daalt
De wet die huren moest verlagen, vermindert het aantal huurwoningen
Uit de eerste effectmeting van de Wet betaalbare huur blijkt dat particuliere verhuurders in het eerste kwartaal van 2026 ruim 12.000 huurwoningen hebben verkocht. Het totale aanbod aan vrije sector huurwoningen daalde met 8,3% ten opzichte van een jaar eerder. De gemiddelde huurprijs van nieuwe verhuringen steeg juist met 4,1%, omdat het resterende aanbod verschuift naar het duurdere segment. Minister De Jonge spreekt van "aanloopproblemen" en wijst op de langetermijneffecten van de wet.
De Wet betaalbare huur, ingevoerd in juli 2025, breidt het puntenstelsel uit naar woningen tot 187 punten en maximeert daarmee de huur van een groot deel van de vrije sector. Het doel was huurverlaging voor middeninkomens. Critici waarschuwden vooraf dat beleggers zouden uitstappen als het rendement onder druk komt. Dat scenario speelt zich nu af. De wet raakt vooral kleine particuliere verhuurders met een tot vijf woningen, die 60% van het particuliere huursegment uitmaken. Grote institutionele beleggers wachten af maar hebben hun investeringsplannen voor Nederland verlaagd. Het Kadaster registreerde in Q1 2026 het hoogste aantal buy-to-let-verkopen sinds registratie begon.
Het dilemma is structureel: huurregulering beschermt zittende huurders maar ontmoedigt nieuw aanbod. Zonder grootschalige publieke woningbouw als tegenwicht werkt elke regulering als een waterbedeffect. De politieke logica is begrijpelijk, lagere huren scoren bij kiezers, maar het economische gevolg is dat de markt voor nieuwe huurders krapper wordt. De echte oplossing, massale investering in corporatiewoningen, vereist miljarden die het kabinet niet wil vrijmaken zolang de begrotingsregels van Brussel leidend zijn.
Gebaseerd op: Kadaster-data die tonen dat beleggers 14% van hun portefeuille verkochten, vergelijkbaar met de reactie op huurregulering in Berlijn (2020-2021).
Historische context
Nederland bouwde in de jaren zestig en zeventig meer dan 100.000 woningen per jaar. Dat aantal daalde gestaag tot onder de 70.000 in de jaren 2010. De oorzaken zijn gestapeld: stikstofwetgeving, personeelstekort in de bouw, stijgende materiaalkosten, en gemeenten die te weinig bouwgrond vrijgeven. Tegelijkertijd groeit de bevolking sneller dan verwacht, mede door migratie. Het resultaat is een tekort van naar schatting 390.000 woningen in 2026. Historisch gezien heeft Nederland drie keer eerder een grootschalig bouwprogramma uitgevoerd: na de watersnoodramp van 1953, tijdens de naoorlogse wederopbouw, en in de Vinex-periode. Elke keer was er een politieke urgentie die nu lijkt te ontbreken.
Wat het je raakt
Of je nu huurt of koopt: de schaarste drijft je maandlasten op. Starters betalen inmiddels meer dan 40% van hun inkomen aan wonen.
Gezinsvorming, carrierestappen en verhuizen worden uitgesteld omdat betaalbare woningen ontbreken.
Huizenbezitters profiteren van waardestijging. Huurders bouwen geen vermogen op. De kloof groeit elk jaar.
Wat je nu kunt doen
- 1.
Check of je gemeente een bestemmingsplan wijzigt via overheid.nl/lokaal.
Waarom nu: De stikstofuitspraak blokkeert bouwvergunningen in jouw provincie.
- 2.
Als huurder: meld je bij het meldpunt van de Woonbond als je huurverhoging boven inflatie krijgt.
Waarom nu: Beleggers verkopen huurwoningen, wat het aanbod verkrapt.